Ik kan niet geloven dat we alweer 4 maanden on the road zijn. En ondanks dat we af en toe reismoe zijn, willen we nog niet naar huis (sorry mama). Nieuw Zeeland is zo mooi en helaas moesten we het Zuidereiland (wat de meesten de mooiste van de twee vinden) alweer verlaten.  Ondanks de 5 weken op dit zuidereiland zou ik toch zo veel meer willen zien I can’t get enough. Maar zoals mijn vriend zegt: “Anders heb je geen reden om terug te komen“. En misschien is dat wel zo. 

Waar hingen we uit?

5 september. 4 maanden op reis. En hoewel toen officieel de roadtrip na een paar luie dagen in Christchurch – pas begon, hebben we de campervan pas sinds 6 september. 

Mocht je het nog niet weten: de eerste dag bleek er iets met de koelvloeistof te zijn. Dus kregen we een nieuw busje – en gelukkig waren we Christchurch nog niet uit.

Tijdens de trip hebben we vooral naar het weer en iets minder naar de logica gekeken. Bijna iedereen waarmee we in gesprek kwamen bleek van zuid naar noord te reizen. Wij vooral van noord naar zuid en kriskras en weer van zuid naar noord. Op sommige locaties kon het niet anders, het regenwoud is nou eenmaal… nat.

Onze exacte route na Christchurch kun je op onderstaande wereldkaart bekijken.

    Grof genomen gingen we van Christchurch iets omhoog en het land over van oost naar west (Kaikoura naar Greymouth) om via de westkust naar het zuiden te reizen. Via het zuiden namen we via The Catlins de weg naar Dunedin voor een korte stop en daarna weg naar Lake Pukaki, Mount Cook en Lake Tekapo. Vanaf daar rijden we in een dag naar Christchurch voor een nachtstop en rijden we weer van oost naar west maar dit keer via Arthur’s Pass (zo mooi!), tot we weer in Greymouth waren. De laatste route wordt ook wel de Great Alpine Highway genoemd. En dat zie je direc aan het bergachtige landschap. 

    Na de Nieuw Zealandse alpen rijden we via de westkust door het regenwoudklimaat naar het noorden langs de Pancake Rocks en door naar het Noorderlijkste puntje van het zuidereiland. Via dit noordwestelijke puntje reden we helemaal naar het oosten met een stop in Abel Tasman. De scenery veranderd van regenwoud naar duinen en naar het tropische. Na een hike vertekken we door de wijnerijen naat Nelson en andere schattige dorpjes (en brouwerijen ;-)) om in Picton de veerboot van 3 uur door prachtige fjorden naar het Noordereiland te nemen. 

    Na een paar dagen in de regenachtige hoofdstad van Nieuw Zeeland – Wellington – zitten we nu in een art deco stadje: Napier. Waar we in Wellington naar het theater en de Weta Cave (waar ze o.a. Lord of the Rings props maken) gingen om te schuilen voor de regen is Napier  prachtig; zonnig, kunst, zee, skate- en pumptracks, heuvels… En we slapen met de campervan op een gratis camping (freedom camping) aan de zee. Weer wat anders dan de parkeerplaats aan de haven van Wellington.

    Ik miste het geluid van in slaap vallen met de golven al! We besluiten langer in Napier te blijven omdat het ons hier bevalt. Lekker rustig wakker worden, langs de zee longboarden, koffie drinken, winkeltjes bij langs, series kijken en vermoeid in de campervan in slaap vallen. Love it!

    En vanaf Napier? We hebben geen flauw idee. We hebben nog precies 4 weken en we zien het van dag tot dag. Zo hoort het reizen toch? Wat jij?

    Mount Cook wandeling

    Pretty blue water

    Lente in Nieuw Zealand

    De campervan aan een meer ergens in Nieuw Zeeland

    Mijn favoriete plekken? Lees ook mijn highlights van Nieuw Zealand