Ken je dat gevoel? Je begeeft je in de surfwereld en hebt het gevoel dat je een andere taal moet leren? In deze surfwiki vind je alle surfjargon of surf ‘slang’ om in te blenden bij de surf gang.

Beach breaks zijn golven die breken op een zandbank voor de kust. Er ligt zand op de bodem, wat het relatief veilig maakt voor beginners om te surfen. Omdat je vaker van je surfboard afspringt en valt. Beginnende surfers krijgen vrijwel altijd les op een beach break. Een nadeel is dat bij beach breaks altijd onderstromingen, ontstaan.

Branding- of surfkajakken: Waarbij men in een speciaal hiervoor geschikte kajak zit en zich met peddels voortbeweegt.

Beach bunnies zijn meiden die zelf niet surfen maar die wel in de surf scene rondhangen.

Big Wave Surfing: Surfen op golven van minimaal acht meter hoog.

Boardshorts zijn lange zwembroeken.

Bodysurfen: Surfen zonder board, waarbij het lichaam van de surfer deze functie overneemt.

Hoe hoog moet een golf zijn om te surfen?

Dat verschilt natuurlijk per persoon, maar 2-3ft (60-90cm) zou perfect moeten zijn voor een beginner! Veel minder kan ook, maar hoe kleiner, hoe lastiger het surfen is!

Hooded wetsuits: wetsuits met vaste cap

Longboarden deze surfboards zijn ongeveer 3 meter lang en perfect om danspasjes op te doen zoals cross-stepping.
Noodled / Noodle Arms. Moe zijn of vermoeide armen hebben
Noah is een andere term voor haai

Offshore surfen.

Surfen als de wind off the shore waait. Ideaal voor surf condities!

Onshore als de wind naar het land toewaait en de golven verpest.

Onthou: offshore good, onshore bad!
Pompen: snelheid verkrijgen.

Reef Breaks zijn plekken waar golven breken door een rif of rotsachtige ondergrond. Een voordeel: goede kwaliteit golven, zoals de tubes. Nadeel: een rif ontstaat vaak uit koraal. Koraal verdwijnt sneller dan we willen en erop vallen doet ook nog eens enorm pijn. Zo viel ik in Hawaii vaak met mijn kont en enkels op de rotsachtige punten. Ouch! Een reef break is niet heel geschikt voor beginnende surfers.

Shaka-teken, ook wel Hang loose genoemd, is een groet waarbij je een vuist opsteekt maar dan wel met de duim en pink gestrekt. Deze groet is overgenomen uit de Hawaïaanse cultuur.

Shortboarden deze surfboards zijn meestal tussen de 1,8 en 2,1 meter lang en hebben 3 vinnen.

Skimboarden deze surfboards zijn klein en ontworpen om snel mee te manoeuvreren

Soul Surfer is een term die in de jaren 1960 gebruikt werd om een surfer die surft voor het pure plezier van het surfen te beschrijven. Hoewel ze nog steeds aan wedstrijden meedoen is winnen niet de belangrijkste drijfveer van de soul van de surfer, omdat ze de commercialisering van het surfen minachten. De term verwijst naar de spiritualiteit van het surfen.

Standup paddle surfing: Waarbij de surfer zich staand op het board met een peddel voortbeweegt.

Steamers: winter wetsuits met een bepaalde dikte.

Surf is een muziekstijl die begin jaren zestig ontstond en die geïnspireerd is op het surfleven.

Swell – ook wel vertaald naar zeedeining of deining. Swell is een door de wind gegenereerd patroon aan golven aan het wateroppervlak van de zee. Het wordt niet gevoed door wind (Wikipedia)

Tow-in Surfing: Waarbij de surfer met een jetski naar de juiste startplek wordt getrokken.

Tube riding Dit is een variant op Big Wave Surfing. Wanneer zeer hoge golven breken kan er een tunnel ontstaan, een zogenaamde tube, waar de surfer doorheen glijdt. De surfer glijdt naar beneden terwijl het water in de tube omhoog wordt gestuwd.

Welk wetsuit draag je tijdens het surfen?

Dat hangt helemaal van de temperaturen af. Lees meer in onze wetsuitguide!

Woodie is een stationwagen die aan de zijkanten met hout is afgewerkt en die in de jaren vijftig en zestig gebruikt werden om de surfplanken te vervoeren